Dirk, de schaper, vluchtte voor de Geuzen.

’s Zomers, als de dagen lang en drukkend waren, kwam Dirk, de schaper van de verre ‘Heulentackhoeve’, elke dag met zijn kudde schapen tot bij het ven om er na zijn lange tocht wat uit te rusten.

Hij vertrok steeds langs de holle weg die nog de naam van zijn meester, Janneke Wouters, droeg, de ‘Wouterslede’ en naar het rijke Ledebos daarboven op de berg voerde.
Als Dirk rond het middaguur met zijn dorstige schapen bij het ven aankwam, drongen deze onmiddellijk in het oeverriet om zich aan het kristalheldere water te laven, terwijl de herder zelf het lommer van een linde opzocht. Zijn trouwe hond, die geen rust kende, rende dan ijverig heen en weer om de kudde samen te houden.
Onder de linde deed de schaper zijn knapzak open waarin de boerin elke dag hetzelfde rantsoen borg: twee geurige boekweitkoeken, elk met een ferme lap spek versierd. De hond die op de geur afkwam, kreeg zijn sneden brood toegeworpen en nadien de lekkere spekzwoerden als dessert.

Dirk de schaper, tekening van Theo Leenders

Zekere dag, toen Dirk na een uur dutten weer overeind kwam en zijn grazende kudde bespiedde, meende hij boven het Maasdal een rookwolk te ontwaren. Hij zag ze langzaam stijgen en over de ganse omgeving verspreiden. Nieuwsgierig klom hij in de hoge linde en bemerkte met ontzetting dat de grijze kerk van Dilsen en de omliggende hoeven in lichterlaaie stonden. Bevend liet hij zich naar beneden glijden, nam haastig zijn weitas en staf en riep zijn hond om de schapen bijeen te drijven.
Peinzend stapte hij aan het hoofd van de wemelende kudde en sloeg snel de weg huiswaarts in, dwars over de heide. Onophoudend hitste hij zijn hond aan, terwijl hij angstig naar het rookgordijn keek dat reeds tot boven het bos reikte.
In de ‘afzink’ van de berg bemerkte hij in de verte opgeschrikte boeren die zich met hun vee naar vluchtoorden als ‘Savelantshoeve’, ‘de Schans’, of ‘de Kleine Sael’, spoedden.

Het moest dus heel erg zijn wat er ginder gebeurde!

Beneden aan de berg ontmoette hij de houtvester van het Ledebos die hem aanmaande zo snel mogelijk op de Heulentackhoeve te geraken.
kruisven‘De Geuzen zijn over de Maas gekomen en plunderen alles op hun weg’ voegde hij er aan toe.
De herder kon van aandoening geen woord gezegd krijgen.
‘Ja jongen, houd u maar niet op of ge zijt uw schapen kwijt’ riep de wachter hem na.
De Heulentackhoeve lag gelukkig ver van de Heirbaan en verdoken tussen twee uitlopers van het bos, zodat deze zelden door voorbijtrekkende troepen werd verontrust.

De meester hielp zijn herder bij het stallen der kudde waarna hij de hoge inrijpoort van de hoeve zorgvuldig vergrendelde.
Het Ganzenheuvelsven lag die nacht gans verlaten, alleen de eentonige roep van een schuwe uil onderbrak soms de stilte van het woud, terwijl de hemel nu en dan als van een ver weerlicht gloeide.
Die verlatenheid hield enige dagen aan tot het leger der Verbondenen uit de streek verdwenen was.

tekening van het kruis
De naam ’Ganzenheuvelsven’ zegt ons niets meer, bekender is de naam ‘Kruisven’ en ‘Kruisvenlaan’, die beide hun naam danken aan het stenen kruis dat er vroeger stond, iets verder dan het eethuis ‘De Berg’.


Met de heraanleg van de Boslaan in 1974 – 1975 verdween dit kruis, dat werd opgericht ter nagedachtenis van Mathijs Reulens van Opoeteren, die daar in 1898 dood werd aangetroffen. Aan de andere kant van de weg had men de kastanjedreef die naar het Wenmaekersgoed – nu Château Litzberg – liep.


Terug naar verhalen


Uit het archief van Theo Leenders
Periodiek De Vreedsel, 2007, nr. 1, p. 24