16 oktober 1922

Koningin Elisabeth bezoekt Lanklaar

Uit: “Maasland van vroeger tot op heden” (Felix Heidendal 1957)

De ondergrond van de Maasstreek was rijk aan kolen.

In Eisden werden op diepten van 487 m kolenlagen aangeboord van 2,20 m dikte.
De voorraad op een diepte van 1.200 m werd geschat op 25.000.000.000 ton.
In 1906 werden twee vergunningen toegestaan:

  1. St.- Barbara: 2.170 ha
  2. Guil. Lambert: 2.740 ha

Deze gebieden strekten zich uit onder Eisden, Mechelen-aan-de-Maas, Vucht, Leut, Meeswijk en Lanklaar.
In 1919 smolten de twee vergunningen samen en werd de Maatschappij Limburg-Maas gesticht.
In 1911 was men reeds begonnen met het uitdiepen van de schachten, maar door het uitbreken van Wereldoorlog I liepen de werken vertraging op en werden ze pas voltooid in 1922.

Een koningin op bezoek in Lanklaar.

Op 16 oktober 1922 bracht koningin Elisabeth een bezoek aan de steenkoolmijn Limburg-Maas, de Eisdense tuinwijk en het hospitaal van Leut.
Aanleiding tot dit bezoek was het bovenhalen van het eerste wagentje steenkool op 7 september 1922. (In dat jaar werd er 8.228 ton kolen gedolven en sindsdien ging de productie gestadig omhoog om in 1956 1.805.450 ton te bereiken). Voor de Eisdenaren was 16 oktober 1922 een onvergetelijke dag want de koningin daalde in de mijn af en bezocht ook verschillende mijnwerkerswoningen in de tuinwijk, toen nog in volle opbouw. De schacht waarlangs koningin Elisabeth afdaalde, droeg sindsdien haar naam. Ook voor de vorstin moet dit bezoek wellicht een aangename uitstap geweest zijn, want in het voorjaar van 1923 kreeg Eisden weer bezoek uit het koninklijk paleis.
Onder leiding van de secretaris van de koningin bracht een hovenier uit de koninklijke serres rozenstruiken mee, die aan talrijke woningen, scholen en mijngebouwen geplant werden: “Les rosiers de la Reine”.

koning in bontmantel stapt uit de auto

 

Bij het bezoek van 16 oktober werd het middagmaal gebruikt in Hotel Beau Séjour te Lanklaar.
Op de foto zien we de vorstin - ze heeft een lichte jas aan en een donkere hoed op - die aan de hoofdingang van het hotel uit de wagen stapt. Renier Gevers van Lanklaar hield de deur van de wagen open voor de koningin. Hij verving de chauffeur van de directeur van de mijn.

Naar verluidt vormde een groep mensen uit het Maasland op de brug een erehaag. Er werd “Vive la Reine, Vive la Reine” geroepen tot een overtuigd Vlaming zich achter de haag opstelde en met kwade stem riep “Lang leve de koningin” er “nondeju” aan toevoegend, met als gevolg dat het “Vive la Reine” veranderde in “Lang leve de koningin”.

 

Hoe zag hotel Beau Séjour er in die tijd uit?
Op postkaarten van 1917 zien we dat het overdekt terras langs de Dorpsstraat en de mansardeverdieping nog niet gebouwd waren.
Het mooie slanke torentje op de hoek met de twee balkonvensters gaf allure aan het gebouw. In 1940 bij het opblazen van de brug door het Belgische leger, teneinde de doortocht voor de Duitse invaller te belemmeren, kreeg die hoek van het gebouw het erg te verduren. Het torentje moest noodgedwongen afgebroken worden.

Even terug naar het bezoek van koningin Elisabeth.
Op 20 oktober 1929 werd langs de Koninginnelaan in Eisden het mooi witmarmeren standbeeld van de koningin ingehuldigd. Hoewel voor dit gebeuren geen uitnodigingen waren verstuurd, zo zei men toch, was er heel wat volk aanwezig. Het beeld werd gemaakt door de Brusselse beeldhouwer Alfred Courtens.

Theo Leenders

Bronnen:
De Vreedsel, jaargang 16, nr. 4
G.H.K. Eisden, jaargang 6, nr. 2 – jaargang 7, nr. 3
Limburg-Maas 1907 – 1957
Maasland vroeger tot heden, F. Heidendal


Terug naar verhalen


Uit het archief van Theo Leenders
Periodiek De Vreedsel, 2006, nr.3, p. 18