Het Heuvelsven

Ganzenheuvelsven, zo klonk het vroeger, nu kortweg Heuvelsven. Er komen geen ganzen meer, geen jagers, geen heksen. In de dertigerjaren werd het een moderne badplaats, dat getuigen de vele 'Ansichtkaarten' van toen.
Nu is er op deze plaats een nieuwe woonwijk ontstaan.
heuvelsven

Het gebied heeft een ander uitzicht gekregen. Het keizerlijk Ledebos, dat vroeger brand- en timmerhout voor de ganse streek leverde, is ondanks alle verordeningen sinds lange tijd leeggeroofd. De reuzenlinden, eiken en beuken zijn vervangen door nederige dennenbomen. Op de duinen groeit wat gele brem en verder de purperen hei.
Het leven werd er luidruchtiger. Waar vroeger zwaargekruinde woudreuzen naar het Maasland afdaalden, klom later een trein langs de flanken van de Vossenberg naar de nijvere Limburgse hoogvlakten.

 

Een gegeerd jachtgebied.

Eeuwen geleden was het statige Ledebos met zijn uitgestrekte vennen en het nabijgelegen woeste Maasdal het gegeerde jachtgebied van Duitse keizers, Luikse prinsen en Loonse edellieden.
Op allerlei wild werd er gejaagd, ook waterwild; de namen ‘Ganzenheuvelsven’ en ‘De Sneppen’ herinneren er ons nog aan.
Ook grof wild, afgezakt uit de Hoge Ardennen, werd door jagers, voorzien van schallende hoorns en omstuwd door vurige honden, uit z’n schuilplaatsen opgejaagd en rusteloos achtervolgd. Ten behoeve van de everzwijnen moesten de uitbaters er voor zorgen dat de omgehakte eiken, kastanjes en beuken steeds door jonge bomen werden vervangen, zodat in de herfst eikels en kastanjes als een hemels manna voor de ruighuiden overal gestrooid lagen.
Herten en reeën vonden in het kreupelhout allicht hun gading.
Bij het naderen van de winter trokken dagenlang groepjes wilde eenden en ganzen, aangevoerd door hun ‘weenderik’, hoog over het Maasdal het zuiden tegemoet. Zodra zij, midden het eenzame bos, de hemelblauwe spiegel van het ven zagen, staakten zij wel eens hun lange tocht en streken met gestrekte wieken op het lokkend water neer.
Wanneer de opgeschrikte vogels dan klapwiekend en krijsend trachtten te vluchten, klonken geweerschoten en tuimelden een paar geraakte vluchters ergens op het water neer.

heuvelsven, tekening Theo Leenders

De sluwe hond, die van op de oever het gebeurde had gadegeslagen, sprong dan driftig in het water om de getroffen vogels te grijpen en zegevierend voor zijn meester neer te leggen. Voor alle zekerheid draaide de jager de slachtoffers nog eens ferm de nek om alvorens ze in zijn weitas te stoppen.
Hij dacht dan aan de lekkere ganzenpastei.
De herfst was ook de tijd van de klopjachten. Op het einde van de jachtpartij werd aan het Ganzenheuvelsven verzamelen geblazen. Dan galmde het juichende ‘halali’ en kregen jagers en moedige honden hun buit.


Terug naar verhalen


Uit het archief van Theo Leenders
Periodiek De Vreedsel, 2007, nr.1, p. 24